Nieuwsbrief december 2023

Aanpassingen in het Belastingplan 2024

Het Belastingplan 2024 is in oktober door de Tweede Kamer aangenomen. Via een groot aantal amendementen is het Belastingplan 2024 daarna nog op verschillende punten aangepast. Inmiddels heeft de Eerste Kamer afgelopen dinsdag ook het plan aangenomen.

Voor u zijn de belangrijkste aanpassingen waarschijnlijk het tarief in box 2 en box 3, en de 30%-regeling. We lichten ze daarom even nader toe.

De volgende aanpassingen zijn aangenomen:

  • De schijven in box 1
  • De MKB-winstvrijstelling
  • Het tarief box 2
  • DGA en aftrekbare giften door zijn bv
  • Het maximumbedrag excessief lenen
  • Aanpassingen box 3
  • De 30%-regeling

De schijven in box 1

Het tarief in de eerste schijf in box 1 gaat van 36,93% omhoog naar 36,97%. Voor AOW’ers gaat het tarief in de eerste schijf van 19,03% naar 19,07%. Voor hen gaat het tarief in de tweede schijf ook van 36,93% naar 36,97% en blijft het tarief in de derde schijf 49,50%.

Voor niet-AOW’ers

  2024 2023
Tarief schijf 1  36,97% 36,93%
Tarief schijf 2  49,50% 49,50%
Grens schijf 1  € 75.518 € 73.031

Voor AOW’ers

  2024 2023
Grens schijf 1 geboren voor 1-1-1946 € 40.021 € 38.703
Grens schijf 1 geboren na 1-1-1946 € 38.098 € 37.149
Grens schijf 2 € 75.518 € 73.031

Verlaging MKB-winstvrijstelling

De MKB-winstvrijstelling die zelfstandig ondernemers genieten, is naar aanleiding van een amendement verlaagd van 14% naar 13,31%.

Aanpassingen box 2 - Verhoging tarief box 2 (voor DGA’s)

Per 1 januari 2024 introduceert het kabinet een tweeschijventarief in box 2. Tot een belastbaar inkomen in box 2 van € 67.000 (fiscale partners: € 134.000) geldt een tarief van 24,5%. Voor zover het belastbaar inkomen in box 2 meer bedraagt dan € 67.000 zou een tarief van 31% gaan gelden. Via een amendement heeft de Tweede Kamer echter bepaald, dat per 1 januari 2024 het hoogste tarief in box 2 wordt verhoogd naar 33%. Dit is een aanzienlijke verzwaring.

Dit betekent het volgende voor de belastingdruk van een DGA.

Gecombineerde belastingdruk

VpB/ab 24,50% 33,00% 
19,00% 38,85% 45,73%
28,80% 43,98% 50,29%

De DGA en aftrekbare giften door zijn bv

In de  Wet op de vennootschapsbelasting (VpB) geldt voor de aftrek van (al dan niet periodieke) giften sinds 1 januari 2012 een grens van 50% van de winst, met een maximum van € 100.000. In het Belastingplan 2024 is voorgesteld om deze giftenaftrek af te schaffen. De Tweede Kamer heeft dit echter via een amendement teruggedraaid.

Het kabinet heeft wel besloten dat het bedrag van een aftrekbare gift van een bv niet in aanmerking wordt genomen als een tot het inkomen van de DGA (aanmerkelijkbelanghouder) te rekenen regulier voordeel in box 2 of als opbrengst voor de dividendbelasting. Dit is niet het geval voor de bedragen die niet rechtstreeks worden gedaan door de bv, maar bijvoorbeeld door de DGA zelf of als sprake is van bevoordelingen of bijdragen in contant geld.

Aanpassing maximumbedrag excessief lenen

Sinds begin van dit jaar is de ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ van kracht. Hierdoor moet een aanmerkelijkbelanghouder, wanneerhij/zij en zijn/haar partner samen meer dan € 700.000 lenen van zijn/haar vennootschap vanaf 2023 in box 2 belasting betalen. Als eerste peildatum geldt 31 december 2023. Op dat moment toetst de Belastingdienst voor het eerst of de schulden bij de eigen vennootschappen hoger zijn dan € 700.000.

Via een amendement heeft de Tweede Kamer besloten het maximumbedrag van € 700.000 per 1 januari 2024 te verlagen naar € 500.000 (peildatum: 31 december 2024).

Aanpassingen box 3

Verhoging tarief box 3. De Tweede Kamer heeft het tarief in box 3 na een amendement van de Tweede Kamer per 1 januari 2024 verhoogd naar 36%.

Verlaging vrijstelling groene beleggingen. Met ingang van 1 januari 2025 wordt de vrijstelling groene beleggingen door een amendement verlaagd van € 65.072 (2023) naar € 30.000 (fiscale partners: van € 130.044 (2023) naar € 60.000).

Aanpassing 30%-regeling

De versobering van de 30%-regeling uit het Belastingplan 2023 treedt pas op 1 januari 2024 in werking. Aanvullend heeft de Tweede Kamer de regeling verder versoberd. Hoe ziet dit er nu uit?

De 30%-regeling sluit hiermee aan bij de Wet normering topinkomens (WNT-norm). Men mag nu binnen de 30%-regeling maximaal € 66.900 (30% van € 223.000, norm 2023) onbelast vergoeden.

De regeling geldt vanaf 1 januari 2024 voor

  • ten hoogste de eerste 20 maanden voor ten hoogste 30% van het belastbare loon;
  • ten hoogste de daaropvolgende 20 maanden op ten hoogste 20% van dat loon;
  • ten hoogste de daaropvolgende 20 maanden tot ten hoogste 10% van dat loon.

Na 60 maanden vervalt de 30%-regeling. Er geldt een overgangsregeling voor werknemers die ultimo 2023 in het bezit zijn van een 30%-beschikking.

 

Voor meer informatie of advies, neem contact met ons op.

Nieuwe acceptienormen hypotheken

De Rijksoverheid heeft inmiddels de nieuwe normen voor het verkrijgen van een hypotheek bekend gemaakt. Wat er verandert per 1 januari 2024 leest u hieronder.

De regels voor een hypotheekverstrekking is vastgelegd in de ‘Tijdelijke Regeling Hypothecair Krediet’ (TRHK). In deze regeling staan normen voor het verstrekken van hypothecaire kredieten. De minister past de regeling jaarlijks aan op basis van de koopkrachtontwikkelingen, mede op advies van het Nibud. De belangrijkste aanpassingen zetten we voor u op een rij.

Leencapaciteit

Het CPB verwacht dat de lonen in 2024 met 5,2% zullen stijgen waardoor de maximale leencapaciteit (= LTI: loan to income) voor alle huishoudens toeneemt.

Huishoudens die in 2024 geen loonstijging ontvangen, zien het maximaal te lenen bedrag in 2024 echter afnemen. Door de hogere energielasten en overige kosten van huishouding heeft men de procentuele financieringslast die je mag dragen ten opzichte van het inkomen verlaagd.

De hogere energielasten zijn gebaseerd op woningen met energielabel E, F, G. Nu is energielabel C de norm.

Energielabel bepaalt de leennorm

Vanaf 1 januari 2024 zal de maximale toegestane hypotheek voor huishoudens mede afhankelijk zijn van het energielabel van de woning. Huishoudens met een beter energielabel besparen op hun energierekening. Hierdoor hebben meer financiële ruimte voor rente en aflossing van de hypotheek. Deze extra leencapaciteit geldt zowel bij aankoop van een woning, als bij bijvoorbeeld oversluiting of verhoging van de hypotheek.

Bij het aangaan van een hypotheek voor de financiering van een woning met een betere energielabel dan E, F of G krijgt men vanaf 2024 extra leencapaciteit, ongeacht het inkomen. Uitgangspunt: Hoe beter het energielabel, hoe meer u kunt lenen.

Extra bedrag dat geleend mag worden ten opzichte van een woning met het label E, F of G
Energielabel woning Bedrag
E, F, G € 0
C, D € 5.000
A, B € 10.000
A+, A++ € 20.000
A+++ € 30.000
A++++ € 40.000
A++++ met een energiegarantie afgegeven voor een periode van ten minste tien jaar € 50.000

Verhoging maximale hypotheek bij energiebesparende maatregelen

Ook de extra leencapaciteit voor het treffen van energiebesparende maatregelen (EBV) wordt vanaf 2024 afhankelijk van het energielabel van de woning. Het gaat hier om maatregelen zoals het beter isoleren van de woning, het installeren van zonnepanelen en plaatsen van een warmtepomp.

De extra leencapaciteit wordt afhankelijk van het energielabel van de woning voordat deze energiebesparende maatregelen zijn verricht. Nu geldt een vast bedrag van € 9.000 dat men kan lenen, ongeacht het startlabel.

Vanaf volgend jaar kan men meer lenen als de woning een slecht label heeft. Voor woningen met een slecht energielabel kunt u met energiebesparende maatregelen immers de grootste besparing op de energierekening realiseren. De extra leencapaciteit voor energiebesparende maatregelen is zowel beschikbaar voor verduurzaming van nieuw aangekochte woning als voor verduurzaming van de huidige woning.

Extra bedrag dat geleend mag worden bij treffen EBV
Energielabel woning Bedrag
E, F, G € 20.000
C, D € 15.000
A, B € 10.000
A+, A++ € 10.000
A+++ € 10.000
A++++ € 0
A++++ met een energiegarantie afgegeven voor een periode van ten minste tien jaar € 0

De overheid stimuleert zodoende het verduurzamen van woningen met ‘slechte’ labels. Daarnaast kunt u ook subsidies (ISDE) krijgen voor het verduurzamen van de eigen woning. Zie ook de subsidie- en financieringswijzer van de RVO. De grens van € 33.000 voor extra leencapaciteit voor energiebesparende voorzieningen is komen te vervallen.

Actuele lasten studieleningen (DUO)

Vanaf 1 januari 2024 is de huidige last van de studielening bepalend voor de leencapaciteit van oud-studenten. Op dit moment houden de meeste banken rekening met de oorspronkelijke studieschuld. Dit is een verbetering voor ex-studenten die een woning willen kopen.

Het daadwerkelijke rente- en aflossingsbedrag van de studielening brengt men in mindering op uw maximale leencapaciteit. Voor studenten die bij DUO lenen met een aflossingstermijn van 35 jaar neemt de leencapaciteit gemiddeld genomen toe.

Bij een stijgend rentepercentage zal de actuele maandlast stijgen. Hierdoor kan men minder lenen voor de eigen woning. Extra aflossen is dan een oplossing.

Pensioen binnen 10 jaar

Voor de meeste mensen geldt dat het inkomen daalt na het bereiken van de AOW-leeftijd. Hypotheekverstrekkers houden hier rekening mee bij het vaststellen van de maximale hypotheek. Dit is nu geformaliseerd en geeft huizenbezitters of -kopers meer duidelijkheid over deze werkwijze.

Deze regels gelden ook voor het te verwachten inkomen uit een lijfrenteverzekering of -rekening.

Wijzigingen NHG

Het Waarborgfonds Eigen Woning heeft recent de nieuwe NHG-normen voor 2024 bekend gemaakt.

De kostengrens

De nieuwe NHG-grens neemt in 2024 toe tot € 435.000 euro, een verhoging van € 30.000 ten opzichte van 2023 de huidige grens van € 405.000. In 2024 mag nog steeds 6% van de koopsom worden besteed aan  energiebesparende voorzieningen (EBV). Wanneer wordt geïnvesteerd in energiebesparende maatregelen mag 6% meer worden gefinancierd, namelijk € 461.100 in (2023: € 429.300).

De nieuwe kostengrens is ook van toepassing als de geldverstrekker een bindend aanbod heeft uitgebracht in 2023 én de hypotheekovereenkomst in 2024 definitief tot stand komt.

Borgtochtprovisie

Bij het afsluiten van een hypotheek met NHG betalen huizenkopers borgtochtprovisie. Deze is voor 2024 ongewijzigd vastgesteld op 0,6% van het bedrag van de hypotheek.

Eigenaar = schuldenaar

Vanaf 2024 stelt NHG de eis dat iemand die schuldenaar is van een lening met NHG, ook mede-eigenaar van de woning is. Er zijn situaties waarin consumenten aansprakelijk worden voor een lening, zonder eigenaar te zijn. Bijvoorbeeld als een partner later wordt toegevoegd aan de lening.

Bij hypotheekproblemen is deze partner nu hoofdelijk aansprakelijk, maar bij een verkoop is er geen recht op de eventuele overwaarde. NHG vindt dat een consument die aansprakelijk is voor de lening met NHG ook het voordeel van het eigendom zou moeten hebben. Deze wijziging geldt niet met terugwerkende kracht. Wil een klant zijn bestaande lening oversluiten of verhogen? Dan moet de klant aan deze nieuwe regel voldoen.

Flexibel budget op de werkgeversverklaring (IKB)

Vaak worden flexibele arbeidsvoorwaarden aangeboden in de vorm van een individueel keuzebudget (IKB). Het IKB mag in een aantal gevallen als inkomen worden meegenomen voor het vaststellen van de maximale hypotheek.

Er gelden drie voorwaarden:

  1. het is een vast onderdeel van het inkomen en niet afhankelijk van de winst van de werkgever;
  2. het moet uitsluitend in geld uitgekeerd kunnen worden;
  3. het mag geen doelbestemming hebben, denk hierbij aan opleidingskosten.

In het nieuwe model werkgeversverklaring vindt men dan ook het IKB terug.

De nieuwe werkgeversverklaring geldt voor elk bindend aanbod op of na 1 januari 2024.