Afschaffing pensioenopbouw DGA in eigen beheer

Vanaf 1 april 2017 is het niet meer mogelijk om pensioen in eigen beheer op te bouwen. De op 1 april 2017 opgebouwde pensioenaanspraken mogen premievrij (bevroren) in eigen beheer blijven staan, eventueel geïndexeerd, voor zover die indexatie is toegezegd. Hierop blijft de bestaande wet- en regelgeving van toepassing en dus ook de problematiek van fiscale en commerciële waardering. De DGA heeft tot 1 juli 2017 de tijd om zijn keuze te maken. Niets doen is geen optie.

Het is echter ook mogelijk het pensioen in eigen beheer fiscaal geruisloos en gefaciliteerd af te kopen dan wel om te zetten in een zogenaamde oudedagsverplichting. Deze scenario’s noemen we ook wel de ‘Wiebes-scenario’s’. De DGA heeft tot eind 2019.

Hierdoor ontstaan de volgende Wiebes scenario’s:

1. Afkoop

De dga krijgt gedurende een periode van drie jaar (2017, 2018 en 2019) de mogelijkheid zijn opgebouwde pensioenaanspraak af te kopen zonder de heffing van revisierente. Om te stimuleren dat het uitfaseren zo snel mogelijk wordt gerealiseerd, wordt de afkoopwaarde vastgesteld op de fiscale waarde op het moment van afkoop en wordt tevens een korting verleend op de fiscale balanswaarde per 31-12-2015. De korting bedraagt 34,5% bij afkoop in 2017, een korting van 25% bij afkoop in 2018 en een korting van 19,5% bij afkoop in 2019.

Kortom, bij afkoop in 2017 is het uitgangspunt de fiscale waarde op het moment van afkoop. Belastingheffing vindt dan plaats over 65,5% van de waarde ultimo 2015 en voor 100% over het verschil tussen de fiscale waarde op het moment van afkoop in 2017 en de fiscale balanswaarde op 31-12-2015. Voor afkoop in 2018 dient te worden afgerekend over 75% van de fiscale balanswaarde op 31-12-2015 en voor 100% over het meerdere en voor afkoop in 2019 geldt afrekenen over 80,5% van de fiscale waarde per 31-12-2015 en voor 100% over het meerdere. In alle gevallen is geen revisierente is verschuldigd.

De korting wordt alleen gegeven over de fiscale balanswaarde ultimo 2015 om anticiperend gedrag te voorkomen.

Afkoop na 2019 impliceert dat de pensioenaanspraken als zodanig zijn blijven staan, zodat afgerekend dient te worden over de waarde in het economisch verkeer (commerciële waarde) en tevens revisierente is verschuldigd.

De afkoopfaciliteit geldt ook voor ingegane pensioenen.

2. Oudedagsverplichting

Aangezien niet iedereen over voldoende middelen beschikt om tot afkoop over te gaan, wordt tot 1 januari 2020 de mogelijkheid geboden de fiscale balanswaarde om te zetten in een oudedagsverplichting, waarvan het bedrag alleen nog toeneemt door oprenting, tegen het U-rendement. Het geld kan op deze manier in de onderneming blijven.

Op ieder gewenst moment kan de oudedagsverplichting worden aangewend om extern een verzekerde of bancaire lijfrente aan te kopen.

Wil men het geld in de BV houden, dan moet de BV vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd van de dga gedurende 20 jaren gelijkmatig uitkeringen verstrekken aan de dga. Voor elk jaar dat de uitkeringen eerder ingaan dan de AOW-gerechtigde leeftijd (maximaal 5 jaar) wordt die periode van 20 jaar met een jaar verlengd. De hoogte van de jaarlijkse uitkering is gelijk aan het quotiënt van de oudedagsverplichting aan het begin van dat jaar en de op dat moment nog resterende uitkeringsjaren (1/20e,1/19e, 1/18e enz.). Uiterlijk twee maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd moeten de uitkeringen ingaan.

Ook als het PEB al is ingegaan, is omzetting in een oudedagsverplichting mogelijk. De uitkeringsduur is echter beperkt tot de AOW-leeftijd vermeerderd met 20 jaar. Voor een dga van 70 jaar geldt dan een resterende uitkeringsduur van 15 jaar. Zijn AOW is immers op 65 jaar ingegaan.

In geval de dga is overleden kunnen twee situaties worden onderscheiden. Als de uitkeringen aan de dga al zijn ingegaan, dan gaan de resterende uitkeringen over op de erfgenamen (natuurlijke personen). Zijn de uitkeringen nog niet ingegaan, dan hebben de erfgenamen 12 maanden de tijd om te beslissen of de uitkeringen door de BV zullen plaatsvinden of extern via een verzekerde of bancaire lijfrente.

Ook de oudedagsverplichting kan in een later stadium worden afgekocht. Gebeurt dit in 2018 of in 2019 dan gelden dezelfde regels als bij afkoop PEB, ook die met betrekking tot de korting. Afkoop na 2019 impliceert dat over de volledige oudedagsverplichting loonbelasting en revisierente verschuldigd zijn. Dat geldt eveneens als oneigenlijke handelingen plaatsvinden op de (aanspraken uit de) oudedagsverplichting.

3. Afstempelen en schenking

Het is mogelijk dat pensioen in eigen beheer is opgebouwd, maar dat de dga geen aandelen (meer) heeft. Als vervolgens van de fiscale faciliteiten gebruik wordt gemaakt, impliceert dit een verlaging van de pensioenverplichting en een daaruit voortvloeiende stijging van de waarde van de aandelen, die als bevoordeling van de aandeelhouders (kinderen) wordt beschouwd. Over deze waardevermeerdering is dan schenkbelasting verschuldigd.

 

Anticiperend gedrag

Als de pensioenopbouw in 2016 meer dan 125% hoger is dan de pensioenopbouw in 2015, wordt ervan uitgegaan dat deze hogere opbouw heeft plaatsgevonden met het oog op de fiscale faciliteiten in het licht van de afschaffing van PEB. Voor dat meerdere zijn de fiscale faciliteiten van geruisloos afstempelen en afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting niet mogelijk. Dit impliceert dat bij afkoop moet worden afgerekend over de waarde in het economisch verkeer van dit gedeelte en tevens revisierente is verschuldigd. Voor de rest geldt de afkoopkorting wel.

Partner en ex-partner

Fiscaal geruisloze en gefaciliteerde afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting kan ook betrekking hebben op pensioenrechten die bij de (ex-)partner horen. In dat geval dient de partner uitdrukkelijk in te stemmen met de gevolgde route. Voor zover sprake is van een voorwaardelijk ouderdomspensioen wordt voorgesteld om hiervoor ook een bepaling in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding op te nemen, zodat voor afkoop of de omzetting in een oudedagsverplichting instemming van de ex-partner is vereist.

Informatieverplichting aan de belastingdienst

Teneinde afkoop of omzetting in goede banen te leiden is het van belang dat de belastingdienst inzicht heeft in de exacte bedragen betreffende de pensioenverplichtingen per 31-12-2015 en 31-12-2016 (of later), zowel fiscaal als commercieel. Daarnaast moet de belastingdienst op de hoogte zijn van het feit dat de (ex-)partner heeft ingestemd. Hiertoe wordt een informatieplicht ingesteld.

Wilt u meer weten? Neem dan contact met ons op.

Laat hier uw naam en telefoonnummer achter om teruggebeld te worden.